#Doeslief

Tags

, , ,

Preek over het 9e gebod: Leg over een ander geen vals getuigenis af.

Een vals getuigenis. Een leugen. Dat zie je bv in een conflict. In de oorlog sneuvelt de waarheid als eerste, zeg je dan. Je spreekt dan over een wereldwijd Joods complot zoals de Nazi’s deden. Of je bestempelt een buurvolk als terroristen, zoals de Turken de Koerden. Oorlogscorrespondent Martha Gellhorn heeft zo’n beetje alle oorlogen van de 20e eeuw verslagen. Zij zegt het in haar boek ‘Face of war’ zo: ,,Mensen slikken gemakkelijker leugens dan waarheid, alsof leugens naar meer doen verlangen.” Wat is er fijner dan meer slechte berichten over je vijand?

Ook voordat de oorlog uitbreekt, kan de waarheid sneuvelen. We leven in een tijd van fake news. Je brengt iets in de media, je suggereert iets om de ander te beschadigen. Of je maakt iets kleins zo groot, dat het je tegenstander onderuit haalt. Iets kan waar en onbarmhartig zijn.

Maar is er wel zoiets als ‘waarheid’? Deze tijd wordt wel getypeerd als de ‘post truth’ fase in de cultuur. De waarheid: je hoeft er niet naar te zoeken of aan te voldoen. Jouw waarheid is leuk voor jou. Maar niet voor mij. Zelf instituties moeten eraan geloven. Metingen van het RIVM in de stikstofcrisis zijn maar een van de meningen. In het gunstigste geval laat je dat rustig naast elkaar staan. Of het leidt tot onverschilligheid. Of een conflict. Dan wint degene die het hardst roept of de meest geavanceerde wapens heeft. In deze post truth fase kruip je het liefst achter de muur van het eigen gelijk.

Ik denk dat je daar allemaal een tik van meekrijgt. Ook jij kunt op je eigen eiland gaan zitten. Ik hoor dat jongeren zeggen: als Boeddhisme voor jou werkt, prima. Maar val mij daar niet mee lastig. Of we zakken weg in die onverschilligheid. We hebben geen grond meer onder de voeten. Om een gesprek aan te gaan. Over wat er echt toe doet. Of we hebben er zelf een afkeer van gekregen. Van de tijd dat we het allemaal zo goed wisten wat de waarheid was.

In dat oerwoud geeft God ons het 9e gebod: Leg over een ander geen vals getuigenis af. Dat klinkt beperkt. Ik mag over een ander niet iets vertellen wat niet waar is. Wat heeft dat te maken met dat zoeken van waarheid en het spreken met elkaar?

In het 9e gebod wordt een bijzondere link gelegd. Tussen jouw spreken. En het leven van de ander. Als jij vals spreekt, breek je af. Als je de waarheid spreekt, bouw je op. Dan bied je houvast en veiligheid. Waarheid heeft te maken met betrouwbaarheid. Daarin is ons spreken verbonden met Gods spreken, zou je kunnen zeggen. God sprak als schepper en er ontstond een veilige plek, grond onder de voeten, je kunt ervan op aan. Zo kan ons spreken zijn: een veilige plek, waar de ander kan staan.

Als je dit betrouwbare spreken loslaat, wordt het een moeras waarin de ander wegzakt. Dus: hoe laten we in ons spreken de ander delen in het leven. Of wanneer snijden we dat af? Daarover gaat het 9e gebod. Eerst zoomen we in: wat verbiedt God in dit gebod. Dan zoomen we uit: hoe bemoedigen we de ander vanuit dit gebod.

God beschermt de naaste (in ons spreken)
Het negende gebod ‘geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste’ komt uit de sfeer van de rechtspraak. In Israël was er geen videotoezicht. En geen forensische opsporing. Dus als er iets voorgevallen was. Een misdrijf. Een vechtpartij. Was je volledig afhankelijk van ooggetuigen. Kunnen zij het verhaal bevestigen, dus klopt hun verhaal met wat er echt gebeurd is? Er waren twee getuigen nodig, die het verhaal van elkaar konden bevestigen. Op hun getuigenis kon een dader veroordeeld worden. Als er een moord gepleegd was, stond daar de doodstraf door steniging.

Dus met de betrouwbaarheid van de getuige. Staat of valt de rechtspraak. Dan zijn er allerlei verleidingen om niet de waarheid te vertellen. Stel dat de dader de zoon is uit een rijke familie. Dan is de verleiding groot om je getuigenis af te zwakken. Dat je het toch niet helemaal goed gezien had. Als het om een arme familie ging. Dan was het veel makkelijker. Dan kon je het drama hier en daar best wat aandikken. Of zelfs iemand een straf aannaaien voor wat hij niet gedaan heeft. Denk aan de valse getuigen tegen Naboth, hoe zij uitpakken tegen een onschuldige.

Wat is het dan belangrijk dat er betrouwbare getuigen zijn. De HERE geeft in Dt 17 aan alle kanten voorschriften om dit te onderstrepen. Het moeten er twee of drie zijn. Getuigen moeten bovendien de eerste steen werpen (Dt. 17,7). Iemand beschuldigen van moord, dat zijn woorden. Maar durf je daar ook de consequentie aan te verbinden? Een getuige die gelogen heeft, moet de straf krijgen die paste bij zijn eigen aanklacht (Dt. 19,16-21). Rechters mochten geen geschenken aannemen (Dt. 16,19) en geen klasse justitie en vriendjespolitiek bedrijven (Lev. 19,15). Of bang zijn voor intimidatie (Ps. 11,3)

Zo wil God recht doen. Zo wil Hij het leven van de naaste beschermen in onze woorden. Het leven hangt er letterlijk van af. Daarom geen vals getuigenis.

De blijvende betekenis van dit gebod wordt in de catechismus scherp aangezet: dat ik tegen niemand een vals getuigenis afleg, niemands woorden verdraai en geen kwaadspreker of lasteraar ben. Dat ik ook niemand lichtvaardig en onverhoord veroordeel of help veroordelen.

Het 9e gebod gaat dus over veiligheid. Over het leven van de ander. Want je kunt in je woorden de ander maken en breken. Ik haal daar even twee dingen uit: kwaadspreken/roddel en oordeel.

Iedereen kent voorbeelden van roddel. Soms niet eens met een kwade bedoeling. Maar gewoon een nieuwtje dat je uitwisselt. Over spanningen in een huwelijk. Wat zou er achter zitten? Of dat je op je werk tegen elkaar klaagt over je manager of leidinggevende. En elkaar in die negativisme versterkt.

Maar als het nu waar is? Dat het slecht gaat in een huwelijk. Of dat een leidinggevende niet handig opereert. Dan kun je het toch gewoon zeggen? We hoeven het toch niet mooier te maken dan het is?

Maar kijk dan even naar het grotere plaatje. Dat ons spreken verbonden is met Gods spreken. En dat we daarin leerling zijn van Jezus. De vraag is dan wat je met je spreken wilt bereiken. Gods spreken is verbonden met scheppen, met leven. Je kunt het spreken, ook het spreken van de waarheid, nooit losmaken van het leven van of de liefde voor je naaste. Iets kan waar zijn, maar als je de ander ermee schaadt, door het op de verkeerde plek met de verkeerde persoon te bespreken. Wordt het leugenachtig. Omdat het niet met God verbonden is.

Er is een mooi voorbeeld van Socrates -plaatje- . Een leerling kwam bij hem, die had iets gehoord over een bekende Athener. Een soort Shownieuws 1.0. Socrates zegt dan: wacht even… voor je het vertelt…. Is het waar? Mmm, dat weet ik niet zeker. Is het goed wat je over de ander wilt vertellen? Neu…. En is het nuttig? Niet echt… Dan kun je het beter voor je houden. Waar. Goed. Nuttig (Bron: Goed Gelovig)

Over oordelen: we hebben net gelezen uit de Bergrede. Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt. Er zijn momenten waarop er wel geoordeeld moet worden. In de rechtbank bij voorbeeld. Of op een kerkenraad. Als je geroepen bent als oudsten om een dwaling te weerleggen. Of het gesprek aan te gaan over leven dat losraakt van Gods bedoeling. Daar moet je over spreken, omdat waarheid en leven met elkaar verbonden zijn. Er zijn zeker splinters in ogen die verwijderd moeten worden.

Maar in de Bergrede gaat het over een oordeel waar je niet toe bevoegd bent. Omdat het aan God is. Die de harten kent. Hier ligt een grote valkuil. Dat je er toch iets van vindt. Dat je toch oordeelt. Uit angst. Of gemakzucht. Het is in ieder geval een valkuil voor mij. Ik heb daar laatst over geschreven in het kerkblad. Dat ik in de sportschool een Turkse Nederlander tegenkwam met tatoeages all over. En zo breed. In een seconde had ik mijn oordeel klaar. Deze man hoort minimaal bij de Mocromaffia. Ik moet hem niet in het donker tegenkomen. Een dag later kwam ik hem tegen als kok/vrijwilliger bij Vathorst aan tafel. En dan zegt God: hou daarmee op. Oordeel niet. Want jij staat zelf voor God. Met die balk. Met dat rommelige leven. Om genade te ontvangen. Wil jij dan beginnen met die splinter bij de ander?

Als je zo start. Dan sta je naast de ander. Die heeft dat ook nodig, dat God zo naar hem kijkt. Denk dus niet vanachter de muur: ‘jij zal wel zo’n type zijn’. Maar vraag ‘wie ben jij echt’. Bescherm de naaste zo met je woorden!!

Bemoedigen doet goed
Geen vals getuigenis. Geen roddel. Niet oordelen. Maar wat komt daarvoor in de plaats? Ik denk ook hier dat het spreken van God leidend is. Hoe schept God, hoe bouwt Jezus op met zijn woorden? Hoe sluiten we daarbij aan?

Die opbouwende woorden; hoor je die ook hier in de Ontmoetingskerk? We kunnen op deze Vinex behoorlijke eisen stellen aan de ander en onszelf. En dan het accent leggen op wat we missen. Op dat wat ontbreekt bij de ander. Als dit niet nu geregeld wordt, dan… of wat is dat waardeloos opgepakt… of dat geluid…veel te hard. Nu is elke feedback natuurlijk een cadeau, zegt de coach. Maar ik zie om mij heen ook broers en zussen die hier op afknappen. Met hart en ziel hebben zij zich ingezet. Maar in een paar woorden voelen zij zich weggezet en branden zij op. Misschien herken je dat.

Nu kunt je zeggen: ik zeg waar het op staat. ik draai er niet om heen. Maar wat betekent het voor jou dat God waarheid en leven met elkaar verbindt? Dat zijn woorden scheppend zijn?

In het 9e gebod zie je hoe het spreken van de waarheid en het leven met elkaar verbonden worden. De HC zegt: dat ik oprecht spreek en belijd en ook de eer en de goede naam van mijn naaste zoveel ik kan verdedig en bevorder. Je merkt dat hier de context nog vrij sterk gericht is op het publieke spreken over ander. Je kunt dit gerust verbreden naar het spreken met de ander. Dat je daarin Gods spreken weerspiegelt. Laat geen vuile taal over uw lippen komen, maar alleen goede en waar nodig opbouwende woorden, die goed doen aan wie ze hoort (Efeziërs 4, 29)

Alleen goede en waar nodig opbouwende woorden. Dat is een ander woord voor bemoedigen. Dat je aansluit bij God. Zoekt naar wat de ander helpt en opbouwt. Voor die aansluiting bij Gods spreken. Zijn we aangewezen op Jezus. Dat Hij ons aansluit op God zelf. En ons niet overlaat aan ons eigen hart, waar angst en leugen ons spreken bederven. Jezus die zelf in zijn spreken de trouw van God weerspiegelt. Bij Mij moet je zijn: Ik ben de weg, de waarheid en het leven (Joh. 14,6). Jezus is de weg naar scheppend spreken. In die sterke verbinding. Van waarheid en leven.

Wat betekent dat dan concreet? Misschien ken je dit plaatje. #Doeslief. Doe eens lief -plaatje-  Dit is een campagne tegen schelden op social media. Tegen spugen naar de conducteur in de terrein. Of elkaar de tent uitvechten over Zwarte Piet. We kunnen hier een eigen campagne van maken in de kerk. Doeslief. In je spreken. Begin met waardering. Laat het daarbij, als het even kan. En als je iets kwijt wil. Laat daarin liefde en geduld doorklinken. En als je harde woorden over je heen krijgt. Zeg wat dat met je doet. En ga niet in dezelfde versnelling. Scheld niet terug. Maar zegen juist, zegt Petrus.

Doeslief. Het is makkelijk om te zeggen wat er niet klopt of wat je mist. Misschien heb je wel gelijk. Maar waarheid zonder liefde is kil. Als een geslaagde operatie, waarbij de patiënt overleden is. Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal (1 Kor. 13,1).

In een tijd van fake news en post truth. Vinden we deze grond. Jezus die waarheid en liefde verbindt. In zijn nabijheid kun je taal van waardering en aanvaarding ontvangen en oefenen. Ik heb laatst aan de kerkenraad gevraagd om de uitdaging aan te gaan. Dat je hier in de kerk je waardering uitspreekt om wat God geeft in de ander. Concreet. Hier. Of thuis. Ik leg de uitdaging bij je neer. Het is niet alleen goed voor de ander. Je wordt er ook zelf meer mens van.

Als er liefde doorklinkt in jouw woorden. Dan heb je iets geproefd. Van het Leven zelf. AMEN.

 

 

 

Deze preek is gehouden op 10 november 2019 in de Ontmoetingskerk Vathorst.
Als je deze preek wilt gebruiken in een kerkdienst, stuur mij dan even een berichtje: jhsmit@ontmoetingskerkvathorst.nl

 

Avondvierdaagse

Tags

Matige inspanning gevolgd door buitensporige beloning. Dat is de definitie van de Avondvierdaagse, een stukje nationaal erfgoed waar ik trots op ben. Je sjokt vier avonden door wijk en weiland om tenslotte gehuldigd te worden alsof het een Olympische prestatie betreft.
Mijn probleem is dat ik niet alleen Olympische medailles mis, maar ook de Avondvierdaagse nooit gelopen heb. Dit gat in mijn CV kan ik eenvoudige verklaren. Mijn gereformeerde basisschool stond in het nieuwe Jeruzalem (Amersfoort) en dus bleef er voor een kind uit Hilversum weinig tijd over om te sporten. De bus deed ruim een uur over de rit en dat liet geen ruimte voor buitenschoolse gekkigheid.
Maar dit jaar kreeg ik de kans om dit gemis te compenseren en mee te lopen als begeleider in Vathorst. Mijn wandelvriendin zat in een elektrische rolstoel en ik kreeg de verantwoordelijkheid voor de navigatie van haar voertuig. Aan de buitenkant ziet dat er eenvoudig uit. Je loopt je eigen meters terwijl je joystick, toeter en turboknop van de rolstoel bedient. Maar dit vergde alles wat ik in me had aan hand-oog-coördinatie. De eerste meters leken meer op de horizontale lancering van een Noord Koreaanse kernraket dan een ontspannen wandelevenement. Maar alles went en na een halve kilometer had ik mijn rijvaardigheid op peil. Het viel mij voor het eerst op dat elke stoep een op- en afrit voor rolstoelers heeft. Hulde aan alle stratenmakers die hiervoor door de knieën gingen.
Toen ik in gedachten de juichende menigte bij de huldiging voor me zag, kwamen doorns en distels op ons pad. De Avondvierdaagse marcheerde over een smalle stoep. Behendig stuurde ik de rolstoel om een lantaarnpaal maar bleef zelf met mijn achterste in een puntige hulst steken. Mijn wandelvriendin (tot dat moment) kwam niet meer bij van het lachen. Maar toen brak bij mij het besef door. Met de Avondvierdaagse valt niet te spotten. Eerst de strijd. En dan straks de overwinning.

Achtervolging

Tags

, ,

Op mijn laatste rondje met de hond zag ik hem. Klein, met capuchon en snel de hoek om. Mijn buurman zag hem ook. ‘Een kind zo laat op straat? Dat is gek, vind je niet?’ ‘Blijf even staan’ riep hij naar de jongen. Maar het was alsof een startschot klonk om weg te rennen. Automatisch zette ik de achtervolging in. De jongen keek achterom, paniek. Het zal je maar gebeuren. Een kale man met hond achter je aan in het midden van de nacht. Net voor de volgende bocht had ik hem ingehaald. Hij stond naast mij te trillen als een rietje. ‘Ik wil je graag helpen. Ben je verdwaald?’ Maar hij wilde zich alleen maar losrukken. En zo eindige de avond met kind en hond in het holst van de nacht. Gelukkig had de buurman ons spoor gevolgd. Maar het lukte ons samen niet om een woord uit het kind te krijgen. Verschillende opties bespraken we. Van buitenlands kind, ontsnapt aan mensensmokkelaars. Tot een vorm van autisme die contact onmogelijk maakte. In die impasse belden wij de politie.
Drie agenten kwamen en onderzochten de rugzak van de jongen. Dat leverde een Nederlandse voornaam, drie koeken, een zaklamp en gevulde portemonnee op. Alles wees op een gepland vertrek. Maar ook met de politie sprak hij niet en dus ging hij mee naar het bureau. Eindelijk kwam het hoge woord er uit. Zijn plan om van huis weg te lopen. De ruzie die eraan voorafging en wat er toen fout ging in zijn hoofd. Nietsvermoedende ouders in diepe rust kregen hun kind om twee uur terug. Wat zullen zij geschrokken zijn.
Maar stel dat het wel gelukt was. Weglopen naar de bossen, ongezien en onbeschermd? Welke types kom je daar tegen in de nacht? En hoe trek je da als ouders? Gelukkig eindigde deze reis bij buurman en buurman. De een keek niet weg. De ander trok een verwoestende sprint. Ik mag er dan best eng uitzien. Toch heb ik wel iets. Met dat verloren schaap.

Eenzaamheid

Tags

, ,

Nu het licht weer lengt, verlang ik terug naar een donkere dag. Die avond voor kerst waarop de halve Vinex in de nachtdienst zat. Stille Nacht, Black Gospel en hippe filmpjes vertelden over de geboorte van Jezus. Maar toen het gevoel piekte, brak ik het spel. ‘Wie voelt zich wel eens eenzaam?’ Lekkere binnenkomer vlak voor het familiediner… En toch heeft 1 op de 3 er last van. En 1 op de 10 mensen in Nederland heeft het in chronische vorm. Na een scheiding of verlies van een partner komt het vaker voor. Wie zijn werk kwijtraakt, kan makkelijk in een isolement verzeilen. En leeftijd maakt weinig uit. Een 18-jarige kan zich net zo eenzaam voelen als de 75-jarige buurvrouw.
Wat is eenzaamheid eigenlijk? Er zijn mensen die in hun eentje naar Santiago de Compostella fietsen en zich kiplekker voelen. Eenzaamheid is subjectief, je voelt je niet verbonden, je mist een hechte, emotionele band met anderen. Dus ook in een relatie kan eenzaamheid de kop opsteken.
Maar nu de ernst van dit verhaal. Eenzaamheid is een nationale ziekte waar je aan kunt overlijden. Wat mooi dat er in de afgelopen tijd initiatieven ontplooid zijn om eenzaamheid terug te dringen. Een meelevende kerk, fijne collega’s of een praatje over de schutting hebben een heilzame werking. En de uitnodiging om zelf in beweging te komen. Zorg dat je er (weer) bij komt…
Toch heeft eenzaamheid een laag die je niet wegmasseert. Toen ik vroeg aan mijn wijkgenoten ‘Wie is nog nooit eenzaam geweest?’, ging geen vinger in de lucht. Dat kan aan de vraag liggen, maar ik denk dat iedereen zich buiten het paradijs wel eens onverbonden, onbegrepen en eenzaam voelt. In de film The Fault in ours Stars worstelen twee zieke jongeren met het idee dat ze gaan sterven. Het ergste voor hen is de gedachte dat alles voor niets geweest is, dat je wegzakt in de vergetelheid. Je hoeft niet in een midlife crisis te zitten om je daar iets bij voor te stellen. We zoeken, we tasten, we verlangen ernaar opgenomen te zijn in een groter geheel. C.S. Lewis typeerde dit als de Godshaped hole in ons hart. Geen wandelclub, carrière of groter huis kan dat gat dichten. Dat kan God alleen, als Hij zich met ons leven verbindt en met ons is. Immanuël.
Wie eenzaamheid te lijf gaat, hoeft geen medicijn te schuwen. Veel stappen worden gezet in de goede richting. Ons land is wel klaar met individualisering. Maar wie denkt dat eenzaamheid op een oor na gevild is, heeft de diepte niet gepeild. Van het gat in zijn eigen hart.

Bingo in de kerk

Tags

, , , ,

Afgelopen week was de primeur: bingo in onze kerk. De molen met witte balletjes stond niet in het liturgisch centrum maar in het restaurant. Veiligheidshalve vermeld ik ook dat de samenkomst niet door de kerkenraad belegd was. Dit kwam bottom up, uit behoefte om een gezellige avond voor de buurt en bewoners van ons huis te organiseren. Dat Vathorst na 500 jaar Reformatie het kansspel gedoogt, zal menigeen met afschuw vervullen. Wie even zoekt in gereformeerde kring, wordt ter rechter zijde gewaarschuwd voor elke vorm van loterij. ‘Maar vervloekt is het spel, dat onheilig speelt met Gods voorzienige besturing.’ (ds. G.H.Kersten)
Nu heb ik niets met loterijen. Als in Vathorst de kanjer op mijn postcode valt, zal ik als have not door het leven gaan. Toch overweeg ik om onze bingoavond aan te melden als protestantse pioniersplek. Wat pleit daarvoor? Allereerst gaat het hier niet om BMW’s maar om vriendenprijzen waarmee lokale ondernemers zich aan Hart van Vathorst verbinden. Vervolgens is bingo een van de meest inclusieve spellen ter wereld. Hoogbegaafdheid of slimme strategie leveren niets op, je hoeft alleen maar cijfers weg te strepen. Dat laatste element is een hoopgevend détail: wie cijfers herkent, kan meespelen. Dat geldt dus ook voor de Syrische vluchteling die de taal niet beheerst. En last but not least: onze bingo brengt een groep wijkgenoten over de vloer die je met liturgisch bloemschikken of opvoedconsulten nooit bereikt.

Kun je als kerk nog meer met een bingo? Op de avond zelf gebeurde iets onverwachts. Jessica, een van onze bewoners, moest een liedje zingen. Die milde straf stond op het inleveren van een foute bingo. Natuurlijk viel de keus op haar favoriet: ‘k Stel mijn vertrouwen op de Heer mijn God’. Op dat moment kwam de dominee voorbij en dus nodigde Jessica mij uit voor een duet. Zo zongen wij samen over God voor honderd bingospelers. Maar dat is een kwestie van geluk hebben.

Blessed are the Bullies

Tags

, ,

Diep doorleefde dankbaarheid. Met die gevoelens kijk ik terug op mijn opvoeding, de fase waarin ik als lijdend voorwerp werd klaargestoomd voor de boze buitenwereld. Naast rust, reinheid en regelmaat maakten mijn ouders ruim baan voor wellevendheid (spreek met twee woorden, geef een hand), maatschappelijk engagement en gepaste zelfstandigheid. Zo fietste ik op mijn 12e jaar al rond het IJsselmeer met slechts een kaart en enkele logeeradressen op zak. Ook aan schone kunsten heeft het ons niet ontbroken. In plaats van de Efteling bezochten wij musea, historische binnensteden en archeologische vindplaatsen. Nauwelijks aan de baarmoeder ontsnapt, zongen wij psalmen rond het orgel. Mijn eigen muzikale carrière startte met AMV: Algemene Muzikale Vorming. Een uurtje zinloos klappen en tellen, met de keuze van een eigen instrument als het lonkend perspectief. Via blokfluit promoveerde ik naar trompet, om te finishen in het Kamper Symfonieorkest. Diep dankbaar dus voor vruchten waar ik als opvoeder in het heden alleen maar van kan dromen.
Maar valt er dan niets te klagen? Gelukkig wel. Afgelopen najaar verscheen het nieuwe album Songs Of Experience van U2. Ik werd getriggerd door een tekst die op de zaligsprekingen lijkt. Die kwam van rapper Kendrick Lamar. In tegenstelling tot mijn opvoeding ging Kendrick niet naar AMV. Daarvoor was het in die voorstad van Los Angeles te gevaarlijk. Hij moest leven met geweld, misdaad, racisme, verslaving en werkloosheid. Dat hoor je terug in zijn rauwe teksten, waarin mooie woorden en zalvende teksten ontbreken. Ik werd getriggerd door zijn versie van de Bergrede. Daar keert hij de zaligsprekingen om in hun tegendeel. Maar die komen dan wel weer als een boemerang terug bij de pester en de leugenaar. Blessed are the bullies, for one day they will have to stand up to themselves. Blessed are the liars, for the truth can be awkward. Een profetie op straat. Die je niet leert op AMV. Of een Kamper Symfonieorkest.

Smoothie

Tags

,

Op ons aanrecht staat een kloeke blender. Die staat daar niet zonder reden. Bij het krieken van de dag verdwijnen stukken banaan, kiwi, linksdraaiende yoghurt, rauwe spinazie en overig tuinafval in de gulzig malende messen. Brood is dood, lang leve de smoothie. Dit groene drinkontbijt kan zonder gebit genuttigd worden en doet denken aan ons nationaal mestoverschot.
Als ik in alle vroegte terugverlang naar de frituurpan, wijzen disgenoten onvermoeid op gezondheidswinst die mij slobberend ten deel valt. Gewicht, bloeddruk en een stralende huid, alles wordt nieuw. Vroeger sloegen gluten ruwe bressen in mijn darmwand, zoals Ossies de Berlijnse muur te lijf gingen. Maar met de smoothie gaat het beter. En zo druppelen adviezen van de Groene Meisjes en de zachtheid van avocado’s ons leven binnen. Nog even en we gaan niet meer zonder chiazaad de deur uit.
Deze huiselijke hype kan wel een vleugje scepsis gebruiken. Mijn steunpilaar in dit gevecht is Martijn Katan, hoogleraar voedingsleer. Hij schreef Voedingsmythes. Over valse hoop en nodeloze vrees en dat heb ik voorzichtig naast de blender gelegd. Dreiging van E-nummers, beloftes rond kokosolie, gevaar van melkvet, voordelen van spelt en rauwe groenten worden vrolijk onderzocht. Wie wil weten of asperges de potentie verhogen, moet dit boek lezen. Maar wie gelooft dat bleekselderij negatieve calorieën levert, wordt door dit boek uit de droom geholpen. Er is geen eten waarvan je afvalt: ‘je valt alleen af als je komkommer eet in plaats van Magnums’
De hamvraag blijft natuurlijk waarom zoveel weldenkende mensen achter onbewezen voedingsclaims aanrennen. Natuurlijk zijn er goede redenen om niet te veel en te vet te eten. Maar in de voedingshypes proef je ook verlangen naar heil in seculiere context. Lichaam en gezondheid als laatste tempel tussen gevallen heilige huizen. Voeding met de belofte van eeuwig welzijn, als nieuwe verlossing. Daar krijg je nooit genoeg van.

No Worries

Tags

,

The times they are a changin’. Over dit vergezicht van Dylan kan geen misverstand bestaan. De tijden veranderen sneller dan ooit. Traditionele machtsblokken verkruimelen in een week en op een zwarte dag stokt de beurs. Wie in deze mondiale ontwikkeling aan het kortste eind trekt, kan morgen zijn hand ophouden.

Nu is het opvallend dat elke generatie op grote veranderingen wijst. Zorgen over de ‘jeugd van tegenwoordig’ getuigen van de nieuwe weg die een jongere lichting gaat. En als wij denken dat het mobiele tijdperk explodeert: de eerste stoomtrein luidde volgens toeschouwers het eind der tijden in. Nieuwe ontwikkelingen ervaar je nu eenmaal sterker met je eigen ogen en oren in de tijd waarin je leeft. Verandering is per definitie nog nooit zo heftig geweest als die in het heden.

Toch hebben wij in 2017 wel enig recht van spreken. Informatietechnologie is zo ver dat je met hulp van Facebook verkiezingen kunt winnen. Nieuws verspreidt zich zo snel dat een check op nepnieuws en hoaxen nodig is.

Ook hardwerkend Nederland is zijn vastigheid kwijt. Een leven lang bij de post of het spoor zit er niet meer in, contracten lopen mee tot de voordeur. En waar het aantal vaste arbeidsplaatsen daalt, stijgt de zeespiegel. Dit lijstje dreigende mutaties is makkelijk aan te vullen met het einde van Europa, de grillen van Donald Trump en heimwee naar de tijd dat de top der duinen nog blank en Piet gewoon zwart was.

Wat nu? Hoe voorkom je dat je gefrustreerd bij de tegenpartij eindigt? De een kiest ervoor om mindful een rozijn te consumeren. Een ander gaat in haar kracht staan. En wie van dit jargon onvermijdelijk uitslag krijgt, valt voortijdig in zijn pensioengat.

Maar als we die veranderingen nu eens omdenken. Dat niet de verandering ons framet. Maar wij de verandering. Bijbels gesproken: dat we onszelf weer als vreemdeling gaan zien. Die vreemdeling krijgt de nodige verandering voor zijn kiezen. Want als je onderweg bent naar Gods bestemming, verandert het landschap voortdurend. Maar je kijkt vooruit en je idealiseert geen oude koeien. Morgen een welvaarsdaling: geen probleem. Zo lang je maar brood en onderdak deelt onderweg. Als een deel van de route onbegaanbaar lijkt, probeer je of een omweg wel naar het doel leidt. En ondertussen waarschuw je elkaar voor kuilen en zwiepende takken.

In spannende veranderingen kunnen we drie dingen blijven doen: bidden, het goede zoeken en hopen op God (Bonhoeffer). En de zorg voor morgen kunnen we beter aan Hem overlaten.

Marktplaats

Tags

, ,

Afgelopen najaar ging de kogel door de kerk. Ons hippe tweede autootje moest eruit. De gêne waarmee ik deze zin schrijf, vormde de directe aanleiding tot de verkoop. Milieu- en gezondheidswinst, stilstand als achteruitgang en de doortikkende afschrijving trokken ons verder over de streep.
Met een aantal strakke foto’s stond onze koe te kijk op Marktplaats. Handelaren boden weinig en beloofden contante betaling aan de deur. Particulieren wierpen semi-deskundige blikken onder de motorkap en keken vervolgens de kat uit de boom. Niet erg, we hadden de tijd.
Toen melden Kevin en Bianca zich. Dit jonge stel viel als een blok voor de sportvelgen en dubbele uitlaat van onze witte Kia. De proefrit was geweldig en voor de prijs hoefden zij het niet te laten. Zo werden zij trotse bezitters van hun nieuwe auto.
Bij de overdracht op het postkantoor ging het even mis door een ontbrekend document. In de wachttijd suggereerde ik om even koffie te drinken op mijn werkplek. Altijd handig, een kerk in het centrum van de Vinex. Tijdens de rondleiding raakten we in gesprek. Kevin en Bianca waren nog nooit in een kerk geweest. Van huis uit speelde geloof geen rol. Maar Kevin had eens een Bijbel gekregen, hoe wist hij niet meer precies. Die lag op zijn nachtkastje en elke avond las hij die bijzondere verhalen uit het Oude Testament en het leven van Jezus. Dat het in de kerk over die verhalen gaat, kwam voor hem als verrassing. Mijn oren klapperden.
‘Buiten de kerk geen heil’ zei Cyprianus. En hij heeft een punt: het lichaam van Christus is de plek waar je de Heer ontvangt en leert kennen. Maar hier ontmoette ik jonge mensen die zonder kerk en christenen toch door God gezien en bereikt waren. Deus semper maior. God is altijd groter. Daar werd ik even stil getuige van. Via Marktplaats.

Stappenteller

Tags

, , ,

Een vitale geest in een gezond lichaam. Wie wil dat nu niet? Of je nu op de Veluwe, een aardbevingsregio of de Vinex woont, we heffen er zelfs de glazen op. Santé!
In Vathorst is verlangen naar een killer body in alle velden en wegen te bekennen. Jonge moeders en heren van een zekere leeftijd hijsen zich collectief in te krappe broekjes. Na gedane arbeid rennen de ICT’ers en accountmanagers hun rondje door de wijk. Dieetprogramma’s, bewegingscoaches, werkgevers en verzekeraars, iedereen wil Nederland gezonder maken.

Voor deze bewegingshype heb ik een zwak. Mijn kinderen wijzen met liefde op alles wat vliedt en bezwijkt in mijn voortschrijdend verval. En dan volgt hun vriendelijke vraag wat ik daaraan ga doen. Of het nu om bi- of triceps gaat, aan conditie moet gewerkt worden.
Gelukkig lag redding binnen bereik. Een gratis stappenteller op mijn smartphone. Het wonder dat een interactief healthcenter mijn bewegingen in de gaten houdt, de hartslag meet en vraagt naar inname van calorieën. Met de app kun je doelen afspreken en daar word je vervolgens aan herinnerd. Beloof je 6000 stappen per dag te zetten, dan neemt de app geen genoegen met de helft. Zo kun je fluitend op weg naar de AOW.
De eerste kennismaking was verbluffend. Dag twee werd tot mijn meest actieve dag ooit uitgeroepen. Een stadswandeling had 9462 stappen opgeleverd. En het invoelend vermogen van de app bracht mij tot tranen. Bij thuiskomst zegt mijn vrouw ‘hallo’, de hond blaft tweemaal, maar mijn telefoon vraagt door. Hoe ik mij voel en wat mijn stresslevel op dat moment is. En als je even flink doorstapt, vliegen de complimenten om de oren.

Op dag vier ging het mis. Een schrijfdag thuis achter de PC. ’s Middag kreeg ik de eerste vermaning: ‘wees actiever’. In drie stappen werd de censuur aangescherpt. Maar in de avond bleef het akelig stil. Diepe teleurstelling straalde van het schermpje, de beloningsbadge bleef uit. ’s Nachts lag ik rondjes om de kerk te plannen om niet als bankhanger weggezet te worden.
Bij zonsopgang maakte ik de balans op. Zo moet Egypte dus voelen. Het lijkt eerst heel wat, die vleespotten. Maar opeens sta je in de rij slaafs je steentje bij te dragen aan een nieuwe tempel. Een opzichter hijgt met een zweep in je nek. Beloningen blijven uit als je de limiet niet haalt. De stappenteller als priester van het fitness-altaar, als een Farao die alles van je weet.

Tijd voor een exodus.